boek Raviv van Renssen

PERSBERICHT

Datum: 21 juni 2017

SREBRENICA 1995: WAT RAVIV EN ZIJN COLLEGA’S OVERKOMT

De Stichting Raviv meldt het verschijnen van het boek Raviv van Renssen (2 mei 1970 – 8 juli 1995), Dutchbat-militair in Srebrenica geschreven door J.M.J. Bosch.

Raviv van Renssen is soldaat der 1e klasse van Dutchbat 3, het derde bataljon van de Luchtmobiele Brigade dat naar Bosnië gaat. In januari 1995 komt het bataljon in Srebrenica aan, 180 militairen komen elders, in Simin Han, terecht. Hij wordt ingedeeld bij de Bravo-compagnie van dat bataljon. Vanaf mei 1995 verblijft Raviv, samen met zes andere militairen op Observatiepost Foxtrot (OP-F). Op 2 mei wordt hij 25 jaar. Op 8 juli raakt hij door wapengeweld dodelijk gewond. Hij overlijdt dezelfde dag. Zijn dood veroorzaakt op diverse plaatsen heftige reacties. Hij wordt opgebaard en zijn collega’s moeten afscheid van hem nemen terwijl er in de enclave gevochten wordt. Collega’s zorgen voor een erehaag als het voertuig met zijn kist de enclave verlaat. Zijn stoffelijk overschot wordt van Zvornik via Split naar Soesterberg gevlogen en op 10 juli aan zijn moeder teruggegeven. Raviv wordt op 13 juli begraven op het Nationaal Ereveld in Loenen.

 

 

INHOUD

Deze publicatie vertelt het verhaal van Raviv en zijn collega’s en wat hen bij deze VN-missie overkomt. Het verhaal gaat over Raviv zelf, over zijn jeugd en zijn keuze voor de Luchtmobiele Brigade. Het gaat ook over het waarom en hoe de drie bataljons van deze brigade in Srebrenica terecht komen. Het gaat over ‘zijn’ bataljon, de organisatie en de middelen, over de enclave en haar bewoners en de opdracht. Ook over de compagnie en de observatiepost waar hij is ingedeeld. Bij de gebeurtenissen tot juli (als de gevechten uitbreken) spelen diverse factoren een rol, niet alleen het weer. Er wordt soms geschoten op patrouilles en er zijn incidenten met mijnen waardoor er gewonden vallen. Ook in Simin Han wordt geweld gepleegd tegen militairen van Dutchbat. Daar zijn een dode en twee zwaargewonden te betreuren. Het bataljon heeft in Srebrenica met twee militaire partijen te maken: de moslimstrijders in de enclave en het Servische leger daarbuiten. Ongeveer drie- tot vierduizend bewoners behoren tot de moslimstrijdkrachten. Zij bemoeilijken het werk van het bataljon en frustreren de relatie naar de Serviërs. De Serviërs zijn heer en meester buiten de enclave en in het luchtruim. Zij bepalen wat of wie er de enclave binnen komt of verlaat. Vanaf februari begint de konvooiterreur te spelen. De Serviërs laten vanaf dan geen brandstof meer naar binnen, in april ook geen verse voeding meer. Die terreur heeft allerlei gevolgen. Verlofgangerskonvooien mogen wel de enclave uit, maar niet meer terug. Er ontstaan personeelstekorten. Het bataljon begint met 600 militairen, op 6 juli zijn het er nog maar 427. Dat alles raakt ook de burgerbevolking en de hulp aan hen. De Serviërs overvallen op 3 juni met veel geweld een observatiepost. Op 2 juli verlaten honderden plunjebalen de enclave. Het is de bedoeling dat Dutchbat 3 wordt afgelost. Het loopt anders; op 6 juli breken gevechten uit tussen Serviërs en de moslimstrijdkrachten. De gebeurtenissen rond Observatiepost Foxtrot en rond Raviv vormen de rode draad door de het verdere verhaal. Het beschrijft verder de gevechten, wat het bataljon doet en het ontstaan van vluchtelingenstromen. Uiteindelijk bevinden zich in Potocari 25.000 vluchtelingen en de resten van het bataljon. De moslimstrijders zijn inmiddels uit de enclave vetrokken. Het bataljon staat er alleen voor. Luitenant-kolonel Karremans moet met generaal Mladic onderhandelen over een staakt-het-vuren. Het beschrijft Mladic en gaat in op het moorden in de enclave en de massamoord daarbuiten en wat daarover binnen het bataljon aan bange vermoedens en kennis leeft. Het vertelt ten slotte over het vertrek uit de enclave op 21 juli, wat zich afspeelt in Zagreb, de terugkeer naar Nederland en de latere gebeurtenissen , ook als het gaat om tot op de dag van vandaag levende herinnering en levende pijn.

 

De Stichting Raviv wil de herinnering aan hem levend houden. Het verhaal over hem is onlosmakelijk verbonden met het verhaal over zijn collega’s in Srebrenica. Dit is zijn en hun verhaal. De wereld in Nederland en de wereld in Bosnië-Herzegowina verschillen in 1995 in meer opzichten dan de dag en de nacht. Terugkijken met latere kennis kan het beeld en het oordeel over de werkelijkheid die toen bestond vertroebelen. Wie iets zegt of schrijft over de gebeurtenissen daar en zeker wie oordeelt over wat er daar wel of niet werd gedaan, zou op z’n minst moeten proberen de feiten te achterhalen en, zo mogelijk net zo belangrijk, moeten proberen de omstandigheden te begrijpen. De auteur heeft dat gedaan en op papier gezet.

DE SCHRIJVER

 

J.M.J. (Hans) Bosch gaat in 1966 naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA). In 1970 wordt hij beroepsofficier bij de Koninklijke Landmacht bij het Wapen der Cavalerie. Hij is in 1993 (toen kolonel) als hoofd van de afdeling Inlichtingen en Veiligheid van de Landmachtstaf betrokken bij de uitzending van Dutchbat 1. Als Chef Kabinet van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten is hij getuige van de val van de enclave. Van 1995 tot 2005 is hij in de rang van brigadegeneraal en als hoogleraar werkzaam op de KMA. Hij gaat in 2005 met functioneel leeftijdsontslag. Hij doet in 2005-2006op verzoek van de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK) onderzoek naar de omstandigheden rond de dood van Raviv. 

BESTELLEN

Het boek telt 80 bladzijden in kleur en is voorzien van twee schema’s, een kaart van de enclave en foto’s. Achterin is een overzicht van de rangen binnen de Koninklijke Landmacht opgenomen.

De publicatie kan, in gedrukte vorm of als E-book worden besteld via:

http://www.boekenbestellen.nl/boek/raviv-van-renssen

De stichting Raviv heeft geen winstoogmerk. Mocht de verkoop leiden tot een positief saldo dan wordt dit gebruikt voor de oorlogsslachtoffers in de voormalige enclave.